X

Sinterklaasgedichten maak je simpel, snel en origineel!

  • Ontvang 5 originele gedichten
  • Volledig gepersonaliseerd
  • In 2 minuten klaar!
Ga naar sinterklaasgedichten.net
Infoyo
Vragen en antwoorden
Zoek artikelen:

Enquete iPhone 4

Ontvang het laatste nieuws over "School en studie" en maak kans op 1000 euro cash.
Laat nu je e-mailadres achter. Speel gratis mee.


Werkstuk Randomized Response - Alles wat je moet weten

Venster sluiten

Maak een melding van dit artikel
Selecteer de motivatie van je melding:
Spam / reclame Misleidende of onduidelijke inhoud
Lage inhoudelijke kwaliteit Niet Nederlands
Erotische inhoud Artikel bestaat reeds op internet
Gokken / Illegale promotie Andere reden...

Omschrijf de motivatie van je melding:
Venster sluiten

Stuur dit artikel door
Je naam:
Je e-mailadres:
E-mailadres ontvanger:
Artikelscore
0
  Goed artikel ( 0 )
  Slecht artikel ( 0 )
RSS van Hozerr Hozerr Auteur op infoyo sinds
06 Oktober 2009


Bekijk het profiel van Hozerr
Datum: 08-10-2009
Auteur: Hozerr
Werkstuk voor wiskunde over Randomized Response.Aangezien mensen niet op alle vragen eerlijk antwoord willen geven tijdens een onderzoek, kan door middel van een ‘toevalsfactor’, hierbij moet gedacht worden aan een dobbelsteen of een munt, toe te voegen aan het onderzoek kan achteraf door de onderzoeker worden uitgerekend en bepaald wat de juiste percentages ‘ja’ en ‘nee’ op zijn gestelde vraag zijn. Als het aantal ondervraagden groot genoeg is krijg je dan toch de eerlijke antwoorden.Berekeningen zijn ook te krijgen, wel eerst vragen.

Forced Response:
In het bovenstaande stuk hebben wij een gedeelte van de Forced Response methode uitgelegd (zie ook bijlage 1). Bij deze methode wordt namelijk gebruik gemaakt van twee dobbelstenen, waarmee de geënquêteerden voorafgaand aan de vraag moeten gooien. Het antwoord op deze vraag zal over het algemeen ‘ja’ en ‘nee’ zijn en tevens krijgt elke geënquêteerde dezelfde vraag voorgeschoteld.λ
ππ

Het kenmerkende aan de Forced Response methode is dat de persoon die de vraag moet beantwoorden ‘gedwongen’ wordt een bepaald antwoord te geven.

Bij deze methode maakt het niet uit of dit antwoord de waarheid is.
Hierdoor komen wij aan bij het nadeel van deze methode, omdat mensen door het ‘gedwongen’ moeten geven van een onjuist antwoord (iemand is onschuldig, maar moet desondanks toch schuldig invullen) soms minder goed de regels willen volgen. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als ze twee keer achter elkaar gedwongen worden om een fout antwoord te geven, de kans wordt dan groter om de derde keer een goed antwoord te geven, wat de dobbelsteen ook zegt. Dit probleem kan echter verholpen worden door vroegtijdig, dus voordat de vraag wordt gesteld, de regels uit te leggen.
Een groot voordeel van de Forced Response methode is de grotere functionaliteit. Hierdoor kan men met kleinere steekproeven volstaan.

Een voorbeeld van de Forced Response methode is de volgende:
Als je 2,3 of 4 ogen gooit moet je per se ‘ja’ antwoorden. Als je 11 of 12 ogen gooit moet je per se ‘nee’ antwoorden. Bij elk ander aantal ogen moet je een eerlijk antwoord geven. De kans dat je eerlijk moet antwoorden is dus vrij groot.
Namelijk 27/36, verkleind 3/4, oftewel 75%. De kans is namelijk 1/4 (6/36 + 3/36 = 9/36 = 1/4) dat de ondervraagde een verplicht antwoord moet geven.


Aantal ogen
   1 2 3 4    5   6
1 2 3 4 5    6   7
2 3 4 5 6    7   8
3 4 5 6 7    8   9
4 5 6 7 8    9   10
5 6 7 8 9   10  11
6 7 8 9 10 11 12

Bij bovenstaande methode hoort een formule. Dat is de volgende:

  π = ( λ - θ ) / ρ 

Hierbij staat π voor de prevalentie .
De λ staat voor de hoeveelheid ‘ja-antwoorden’ in de proef.
De θ staat voor de kans op een verplicht ja-antwoord.
De ρ staat voor de kans op een niet verplicht antwoord.

Prevalentie = het aantal mensen dat voldoet aan de voorwaarde per bepaald aantal mensen. Een voorbeeld hiervan: er zijn 1000 mensen, hiervan hebben er 250 een konijn. De prevalentie is dus 25%. De volgende methode die wij gaan bespreken is “Er is echter ook een nadeel. Bij elke privévraag moet een gewone vraag bedacht worden. Dat is op zich niet zo moeilijk, maar het moet een gewone vraag zijn waarbij gegevens van de bevolking bekend zijn.

Deze gegevens zijn noodzakelijk voor het onderzoek, omdat zonder deze gegevens de prevalentie niet geschat kan worden. Er bestaat natuurlijk de mogelijkheid om het onderzoek verder te verrichten zonder dat de prevalentie bekend is, maar dan wordt het onderzoek zeer inefficiënt en zal ook de steekproef vergroot moeten worden. Hoe groter de steekproef wordt, hoe duidelijker de resultaten zijn. Het is echter niet heel handig om een hele grote steekproef te nemen, dit kost erg veel tijd en moeite.
Unrelated Question Design” (afgekort tot UQD). Een kansmechanisme bepaalt bij deze methode of de geënquêteerde een gevoelige of een neutrale vraag moet beantwoorden.

Er wordt gebruik gemaakt van hetzelfde principe als bij de Forced Response methode, namelijk dat de keuze wordt bepaald door het gooien van twee dobbelstenen. Bij het gooien van een bepaald aantal ogen zal er een neutrale vraag moeten worden beantwoord en bij de overige aantal ogen zal de gevoelige vraag worden gesteld. Dit kan waarschijnlijk ‘eerlijk’ klinken, maar het tegendeel is echter waar.

π =( λ - ( 1 - p) * πj ) / p
In deze formule staat de π voor prevalentie, λ staat voor de hoeveelheid “ja-antwoorden” en p staat voor de kans op een niet-verplicht antwoord. πj staat voor de kans dat de ongerelateerde vraag met ‘ja’ wordt beantwoord.  De kaartmethode van Kuk:
In 1990 is er een methode ontwikkeld waarbij gebruik wordt gemaakt van twee stapels kaarten. De ene stapel wordt gekenmerkt als de ‘ja-stapel’ en de andere als de ‘nee-stapel’. De ja-stapel bevat voor 80% rode kaarten en voor 20% zwarte kaarten en de nee-stapel bevat voor 80% zwarte kaarten en voor 20% rode kaarten. Voordat er een vraag wordt gesteld pakt de geënquêteerde van allebei de stapels één kaart. Daarna wordt de vraag gesteld. Als de persoon ‘ja’ wil antwoorden geeft hij de kleur van de kaart die hij gepakt heeft van de ‘ja-stapel’. In dit geval is de kaart die de geënquêteerde gepakt heeft hoogstwaarschijnlijk rood, want deze kans is immers veel groter. De geënquêteerde geeft bij deze methode dus niet direct antwoord op de vraag die gesteld werd, maar de vragensteller heeft wel een vermoeden of iemand ja of nee antwoord. Je weet het natuurlijk niet zeker, maar als iemand ‘rood’ zegt is de kans het grootst dat hij ‘ja’ antwoord.

De formule die bij deze methode hoort is de volgende:
π = (r - θ1)/ (θ1 + θ2) 

Hierbij staat π voor de prevalentie, r staat voor de hoeveelheid getrokken rode kaarten, θ1 staat voor de rode kaarten in de ja-stapel en θ2 staat voor de hoeveelheid rode kaarten in de nee-stapel.

Deze methode is geestelijk gezien heel goed, want je geeft geen antwoord op een beschuldigende vraag. De efficiëntie is echter laag, waardoor er een heel grote steekproef nodig zal zijn. Deze methode is onder andere gebruikt in een onderzoek naar de uitkeringsfraude.

Reacties op dit artikel
Jannes, 2014-04-24
( 0 )

Plaats een reactie
Naam:
E-mailadres:

Reactie:




      Home   -   Aanmelden   -   Top artikelen   -   Nieuwe artikelen   -   Sitemap   -   Help   -   Links   -   Privacy policy   -   Contact
Copyright © 2018 - Infoyo.nl