X

Sinterklaasgedichten maak je simpel, snel en origineel!

  • Ontvang 5 originele gedichten
  • Volledig gepersonaliseerd
  • In 2 minuten klaar!
Ga naar sinterklaasgedichten.net
Infoyo
Vragen en antwoorden
Zoek artikelen:

Enquete iPhone 4

Ontvang het laatste nieuws over "School en studie" en maak kans op 1000 euro cash.
Laat nu je e-mailadres achter. Speel gratis mee.


Statistiek; wat is dat precies?

Venster sluiten

Maak een melding van dit artikel
Selecteer de motivatie van je melding:
Spam / reclame Misleidende of onduidelijke inhoud
Lage inhoudelijke kwaliteit Niet Nederlands
Erotische inhoud Artikel bestaat reeds op internet
Gokken / Illegale promotie Andere reden...

Omschrijf de motivatie van je melding:
Venster sluiten

Stuur dit artikel door
Je naam:
Je e-mailadres:
E-mailadres ontvanger:
Artikelscore
0
  Goed artikel ( 0 )
  Slecht artikel ( 0 )
RSS van Conni Conni Auteur op infoyo sinds
31 Juli 2010


Bekijk het profiel van Conni
Datum: 22-10-2010
Auteur: Conni
In dit artikel zul je vooral veel lezen over statistiek en de begrippen e.d. er van. Wat het allemaal precies in houd, hoe je bepaalde dingen kunt ‘uitvogelen’.

Wat is statistiek?

Het woord statistiek heeft 2 betekenissen. Vaak versta je onder een statistiek gewoon een plaatje zoals een grafiek of een tabel. Het maken van tabellen en grafieken noem je ook wel eens de beschrijvende statistiek. Dat is een geheel van cijfermatige overzichten.

Met het begrip statistiek duid je echter ook een vak of een wetenschap aan. De statistiek probeert inzicht te verschaffen in grote hoeveelheden gegevens. Deze gegevens moet je eerst verzamelen. Vervolgens moet je ze controleren, verwerken, rangschikken en bestuderen. Uiteindelijk kun je dan eventueel conclusies trekken. Bij statisch onderzoek wordt cijfermateriaal:
  • Verzameld
  • Gecontroleerd
  • Verwerkt en gerangschikt
  • Bestudeerd
De enorme massa gegevens die je bestudeert, noem je ook wel verschijnselen. Al deze verschijnselen bij elkaar vormen de massa of populatie. Stel dat je zou willen weten welke film bij jou op je werk of klas als de beste film wordt beschouwd. Je zult dan iedereen moeten vragen wat hun favoriete film is. De populatie bestaat in dat geval alleen van de mensen op jou werk of uit je klas. Soms is het niet mogelijk alle verschijnselen (de gehele populatie) te bestuderen. Je richt je onderzoek dan op een deel van de gehele populatie. Zo’n onderzoek noemen we een steekproef.
Statistiek is de wetenschap die zich bezighoudt met het verzamelen, verwerken en bestuderen van massa verschijnselen met het doel om daaruit bepaalde conclusies te kunnen trekken.

Veldonderzoek en bureauonderzoek

Wanneer je een statisch onderzoek opzet en alle gegevens zelf moet verzamelen, kan het een zeer tijdrovende bezigheid zijn. Soms ontkom je er niet aan om alle gegevens zelf te verzamelen, maar af en toe is het mogelijk de gegevens bij andere instanties op te vragen. Stel dat je wilt weten hoeveel inwoners Amsterdam heeft. Dan ga je natuurlijk niet zelf tellen. Je kunt dan beter contact opnemen met de gemeente Amsterdam om daar deze gegevens op te vragen Wanneer je de gegevens niet meer zelf hoeft te verzamelen scheelt dat natuurlijk veel tijd en dus ook geld. Als je gebruik maakt van de gegevens van andere instanties moet je er wel opletten dat die gegevens voor een ander doel verzameld zijn. De onderzoekers bij deze instanties zouden informatie achterwege hebben kunnen laten die voor hen overbodig was, maar die voor jou juist wel van belang is. Wanneer een onderzoeker zijn gegevens zelf verzamelt, spreek je over primaire statistiek of veldonderzoek. Maakt hij gebruik van bestaand materiaal dan is er sprake van secundaire statistiek of bureauonderzoek. Organisaties die veel statisch materiaal beschikbaar stellen, zijn bijvoorbeeld op hun website:
  • Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
  • De kantoren van de Kamers van Koophandel (KvK)
  • De gemeenten en provincies
  • De Regionale Bureaus voor de Arbeidsvoorziening (RBA)
  • Het Economisch Instituut voor het Midden –en Kleinbedrijf (EIM)
  • Het Centraal Planbureau (CPB)
  • Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP)

Wil je met een onderzoek een uitspraak kunnen doen over de situatie op een bepaald moment, dan spreek je over statische statistiek. Een voorbeeld is het onderzoek naar de grootte en samenstelling van de Nederlandse bevolking op een bepaald moment. (bijvoorbeeld 1 Januari 2010)
Beslaat het onderzoek echter een periode, zoals een onderzoek naar het totaal verkeersslachtoffers in het gehele jaar 2010 dan heb je te maken met dynamische statistiek.

Vaak worden bij dynamische statistiek zogenaamde kengetallen bepaald. Een kengetal is een cijfer dat de grootte van een bepaald verschijnsel uitdrukt in verhouding tot de grootte van een ander verschijnsel. Voorbeelden van kengetallen zijn het geboortecijfer, het sterftecijfer en het huwelijkscijfer. Het geboortecijfer geeft het aantal geboorten per 1.000 inwoners in een jaar weer. In het sterftecijfer en het huwelijkscijfer worden respectievelijk het aantal overlijdensgevallen en huwelijken per jaar per 1.000 inwoners uigedrukt.

Statisch onderzoek kun je opdelen in 2 soorten:
  • Primaire statistiek
  • Secundaire Statistiek

Deze bovenstaande kun je ook weer opsplitsen in 2 soorten.
  • Statisch
  • Dynamisch

Het statisch onderzoek voorbereiden, verzamelen en controleren.

Aan het begin van elk statisch onderzoek moet je eerst een aantal vragen beantwoorden. De volgende vragen zijn van belang wanneer je iets gaat onderzoeken:
  • Wat is het doel van het onderzoek? (Wat wil je precies onderzoeken?)
  • Wat is het te onderzoeken? (Kenmerk)
  • Hoe meet je het te onderzoeken kenmerk? (Welke maateenheid gebruik je?Kilo’s, jaren, aantallen, procenten, of ander eenheden?)
  • Voer je het onderzoek zelf uit (veldonderzoek of fieldresearch) of maak je gebruik van bestaand materiaal(bureauonderzoek of deskresearch)?
  • Waar kun je bestaand materiaal vinden?
  • Op welke manier ga je bij veldonderzoek het cijfermateriaal verzamelen? (Een telling onder de gehele populatie, verschijnselen of een steekproef?)
  • Kun je gebruik maken van een enquête? (Mondelinge of schriftelijke)

Nadat je het onderzoek goed voorbereid hebt, kun je verder gaan met de uitvoering van het onderzoek. Je gaat dan over tot het verzamelen van de gegevens. Dit kan op verschillende manieren. Een van de manieren om gegevens te verzamelen is het houden van een enquête.

Een enquête is een ondervraging van meerdere personen. Enquêtes kunnen mondeling of schriftelijk worden gehouden. De respons op mondelinge enquêtes is groter dan de respons op schriftelijke enquêtes. Met respons bedoel je het deel van de ondervraagden dat ook echt aan de enquêtes meewerkt. Zijn er veel mensen die willen meewerken dan is de respons hoog; zijn er weinig die willen meewerken dan is de respons laag. Bij het opstellen van enquête vragen moet je er opletten dat:
  • Maar één ding tegelijk word gevraagd
  • De vragen niet te lang zijn
  • De vragen niet te persoonlijk zijn
  • De vragen niet suggestief zijn

Enquêtes kunnen open vragen of gesloten vragen bevatten. Gesloten vragen zijn vragen waarop iemand alleen vaste antwoord mogelijkheden heeft. Dit zijn bijvoorbeeld vragen waarop iemand alleen ja of nee kan antwoorden. Ook vragen waarbij je een van de antwoorden aan moet kruisen, behoren tot een gesloten vraag. Open vragen zijn vragen waarop je meer antwoord mogelijkheden hebt. Een voorbeeld van een open vraag is: Wat heb jij het afgelopen weekend gedaan? Dit is een open vraag omdat je er allerlei verschillende antwoorden op kunt geven.

Bij het verzamelen van gegevens kunnen verschillende fouten worden gemaakt. Daarbij maak je onderscheid in 3 soorten fouten:
  • Systematische fouten
  • Toevallige fouten
  • Vergissingen

Het controleren van de gegevens bestaat dan ook voor een belangrijk deel uit het zoeken naar fouten.

Systematische fouten zijn fouten die elke keer (bij elke meting of bij elke vraag) op dezelfde manier verlopen. Stel je wilt je kamer opmeten. Je gebruikt hiervoor een meetlint waarvan de eerste 20 cm afgescheurd zijn, zonder dat jij dit in de gaten hebt. Elke keer als je met dit te korte meetlint een kamer opmeet, meet je deze kamer verkeerd op. Elke keer zal de fout op dezelfde manier verlopen. Een vraag zoals ‘Pleegt u op dit moment fraude met sociale verzekeringen?’ deze vraag zal iedereen ontkennend beantwoorden. Als je deze vraag in een onderzoek aan Nederlanders stelt, zou dit onderzoek Nederlanders als meest eerlijke burgers ter wereld aanwijzen. Maar of dat waar is? Ook deze vraag leidt dus tot een systematische fout. Daarnaast zijn er rekenkundige systematische fouten denkbaar. Bijvoorbeeld doordat alle getallen naar boven (of juist naar beneden) worden afgerond.

Bij toevallige fouten maak je nu eens een fout in opwaartse richting en dan weer in neerwaartse richting. Toevallige fouten compenseren elkaar. Stel jij wilt alweer je kamer opmeten en je hebt ontdekt dat er aan je oude meetlint een stuk ontbreekt. Je neemt daarom een nieuw meetlint. Als je 3 keer dezelfde kamer opmeet kan het zijn dat je 3 verschillende maten krijgt, de fouten in metingen heffen elkaar dus op. Dit zijn toevallige fouten.

Vergissingen zijn fouten die ontstaan doordat je optelfouten maakt, komma’s verkeerd zet, cijfers verwisselt, verkeerde eenheden gebruikt en dergelijke. Vergissingen worden een enkele keer gemaakt en komen niet bij elke meting terug.

Het statisch onderzoek verwerken, analyseren en rapporteren

Wanneer je de gewenste gegevens hebt verzameld, moet je ze op één andere manier ordenen (verwerken). Vaak worden daarbij tabellen en grafieken gebruikt.

Zodra je overzichtelijke tabellen en grafieken hebt, kun je onderzoeken of er een bepaalde regelmaat in de ontwikkeling van het onderzochte verschijnsel te zien is. Zo’n regelmatige ontwikkeling kan voorspellingen mogelijk maken. Het bestuderen van overzichtelijke weergegeven onderzoeksresultaten noem je ook wel de analyse van het cijfermateriaal. Na een grondige analyse kun je meestal bepaalde conclusies gaan trekken. Ook kun je in deze fase het gemiddelde van bepaalde gegevens gaan berekenen. Deze gemiddelde waarden geven inzicht in de onderzochte verschijnselen.

Het resultaat van een statisch onderzoek wordt meestal gepubliceerd in een rapport. Een statisch rapport moet de volgende taken bevatten:
  • Het doel van het onderzoek
  • De wijze waarop het onderzoek is opgezet (Bijvoorbeeld via een steekproef)
  • Het tijdstip van het onderzoek (De periode waarin het onderzoek loopt)
  • Wat het onderzochte verschijnsel is
  • Welke maateenheid werd gebruikt om dit verschijnsel te meten
  • Het eventueel gebruikte enquête formulier (Als bijlage toevoegen)
  • De respons op de enquête (Hoeveel procent van de ondervraagden heeft mee gedaan aan de enquête)
  • De resultaten van het onderzoek, verwerkt in grafieken en tabellen, zodat deze overzichtelijk worden voor de mensen die ermee moeten werken (Lezers kunnen zich dan een oordeel vormen over de betrouwbaarheid van de conclusies)
  • Zorgvuldig geformuleerde conclusies, want op grond van resultaten en conclusies neemt men immers beslissingen
  • De namen van de instanties waar men cijfermateriaal vandaan heeft (Bronvermelding)

Reacties op dit artikel
Wees de eerste die een reactie plaatst!
Plaats een reactie
Naam:
E-mailadres:

Reactie:

Auto en vervoer Computers en internet Dier en natuur Electronica Eten en drinken Financieel Hobby en vrije tijd Huis, tuin en wonen Kunst en cultuur Mens en gezondheid Mijn mening over... Muziek, Tv en films Samenleving en ontwikkeling School en studie Sport Vakantie en vermaak Wetenschap Zakelijk




      Home   -   Aanmelden   -   Top artikelen   -   Nieuwe artikelen   -   Sitemap   -   Help   -   Links   -   Privacy policy   -   Contact
Copyright © 2017 - Infoyo.nl