Infoyo
Vragen en antwoorden
Zoek artikelen:

Enquete iPhone 4

Ontvang het laatste nieuws over "School en studie" en maak kans op 1000 euro cash.
Laat nu je e-mailadres achter. Speel gratis mee.


Hoe reken je BTW uit?

Venster sluiten

Maak een melding van dit artikel
Selecteer de motivatie van je melding:
Spam / reclame Misleidende of onduidelijke inhoud
Lage inhoudelijke kwaliteit Niet Nederlands
Erotische inhoud Artikel bestaat reeds op internet
Gokken / Illegale promotie Andere reden...

Omschrijf de motivatie van je melding:
Venster sluiten

Stuur dit artikel door
Je naam:
Je e-mailadres:
E-mailadres ontvanger:
Artikelscore
+13
  Goed artikel ( +14 )
  Slecht artikel ( -1 )
RSS van Auguri18 Auguri18 Auteur op infoyo sinds
23 Januari 2010


Bekijk het profiel van Auguri18
Datum: 12-03-2010
Auteur: Auguri18
BTW uitrekenen is voor veel studenten lastig. De meeste studenten delen eerst door 100, waardoor ze niet het juiste BTW-bedrag berekenen als het gegeven bedrag inclusief BTW is. In dit artikel kun je lezen hoe je altijd op de juiste wijze de BTW kunt uitrekenen!

BTW, oftewel Belasting Toegevoegde Waarde kom je in vele opleidingen tegen. Op het moment dat je een offerte op moet stellen word je meteen geconfronteerd met het uitrekenen van de BTW.

In Nederland kennen we als grondslag 3 BTW-tarieven: 0%, 6% en 19%. Sommige producten/diensten zijn vrijgesteld van BTW (0%), zie voor meer informatie de site van de belastingdienst. De meeste verbruiksartikelen zijn in ons land belast tegen 6%. Denk maar aan eten en drinken. Alle andere goederen worden op dit momentbelast tegen 19%. Hieronder vallen ook alcoholische dranken. Veel studenten hebben problemen met het uitrekenen van de BTW. Bij 0% is dit natuurlijk heel eenvoudig, er is geen BTW.

Bij BTW zijn in principe drie partijen betrokken: de ondernemer, de belastingdienst en de consument. De belastingdienst verlangt van ondernemingen dat zij de BTW innen. De ondernemer zelf mag de BTW niet houden, maar moet het ontvangen bedrag aan BTW periodiek (meestal per kwartaal) afdragen aan de belastingdienst middels de aangifte omzetbelasting.
De ondernemer noemt het bedrag wat hij/zij zelf mag houden altijd 100% (100% is alles). De belastingdienst vraagt aan de ondernemer om hier bovenop bijvoorbeeld 6% of 19% te zetten. Opgeteld betekent dit dat de consument in totaal aan de kassa 106% of 119% moet afrekenen (de consument moet immers de ondernemer (100%) betalen én de belastingdienst (6% of 119%).

Schematisch ziet dit er als volgt uit:

Ondernemer        100%           100%          (=exclusief BTW, netto verkoopprijs)
Belastingdienst     19%  +            6%  +     (=BTW)
Consument          119%            106%         (=inclusief BTW, consumentenprijs, bruto verkoopprijs)

Andere woorden voor het bedrag wat de ondernemer mag houden:
Netto verkoopprijs
Bedrag exclusief BTW
Bedrag zonder BTW

Andere woorden voor het bedrag wat de consument moet betalen:
Bruto verkoopprijs
Bedrag inclusief BTW
Bedrag met BTW
Consumentenprijs

Hoe reken ik het BTW-bedrag uit?
STAP 1: bepaal of het gegeven bedrag mét BTW is, of zonder BTW

Je hebt nu twee mogelijkheden: 1) Het bedrag is mét BTW (omdat er b.v. bij staat dat het om de bruto verkoopprijs gaat, of om het bedrag inclusief BTW of om de consumentenprijs) of 2) Het bedrag is zonder BTW (omdat er b.v. bijstaat dat het om de netto verkoopprijs gaat, of om het bedrag exclusief BTW).

De vervolgstap is hiervan afhankelijk:
STAP 2 optie 1): deel het bedrag door 119
STAP 2 optie 2): deel het bedrag door 100

Je vindt nu een getal wat staat voor 1%. Weet je wat 1% is, dan kun je natuurlijk ook de BTW uitrekenen, want die is 19%, oftwel 19x meer dan 1%!
STAP 3 bij zowel optie 1) als 2): vermenigvuldig je antwoord maal 19 en je vindt het BTW-bedrag!

Valkuilen
De meest gemaakte fout is dat een student altijd deelt door 100. Dit gaat alleen goed als het gegeven bedrag zonder of exclusief BTW is. Is het gegeven bedrag inclusief BTW, dan zal de uitkomst ronduit fout zijn!

Zorg er altijd voor dat je de verschillende begrippen goed kent. Weet je niet het verschil tussen bruto en netto verkoopprijs, dan is het BTW-bedrag uitrekenen een gok.

Bedenk dat je zelf als consument altijd met BTW betaalt (dus 119% of 106%). In dat geval dus niet delen door 100, maar door 119 of 106!

Een andere veel voorkomende valkuil is dat je als student op hele euro's afrondt. Dit is onjuist! Je moet altijd op twee decimalen afronden. Geld wordt immers uitgedrukt in centen, dus b.v. € 19,12 in plaats van € 19 of € 34,56 in plaats van € 35!

Tot slot kun je natuurlijk altijd je antwoord even controleren door terug te rekenen. Het volgende voorbeeld maakt dit duidelijk:

Gegeven is de consumentenprijs van € 119,-. Hoeveel bedraagt de BTW?

Uitwerking: Het bedrag is inclusief BTW, dus eerst delen door 119. Je vindt dan het getal '1'. Dit antwoord moet je dan vermenigvuldigen met 19 om de BTW te krijgen. Het antwoord is dan 1 x 19 = € 19,- aan BTW.
De ondernemer mag dan € 119,- - € 19,.- = € 100,- zelf houden.

Gegeven is de netto verkoopprijs van € 100,-. Hoeveel bedraagt de BTW?

Uitwerking: Het bedrag is exclusief BTW, dus eerst delen door 100. Je vindt dan het getal '1'. Dit antwoord moet je dan vermenigvuldigen met 19 om de BTW te krijgen. Het antwoord is dan 1 x 19 = € 19,- aan BTW.
De consument moet dan € 100,- aan de ondernemer betalen plus € 19,- aan BTW. In totaal rekent de consument dus € 119,- af aan de kassa.

Zoals je ziet is het bedrag aan BTW exact hetzelfde (het gaat immers om dezelfde getallen, alleen reken je in het 1e voorbeeld vanuit de consument en in het 2e voorbeeld vanuit de ondernemer). Het zou raar zijn als je niet op dezelfde BTW uit zou komen!

Tot slot van dit artikel wil ik nog kwijt dat BTW ook wel een indirecte belasting wordt genoemd. De belastingdienst maakt gebruik van een tussenschakel om de belasting te innen. De consument rekent af met de ondernemer en de ondernemer op haar beurt met de belastingdienst (dus indirect). Laat dit nou precies de reden zijn waarom in veel opleidingen het uitrekenen van BTW zo belangrijk is!

Reacties op dit artikel
Pevroe, 2010-03-12
( +4 )

Nog een andere maniet om snel om te rekenen "Prijs excl BTW" * 1,19(waarbij de decimale 19 voor het BTW tarief staan en bij het lage tarief moet er dus met 1,06 vermenigvuldigt worden)= "Prijs incl BTW"
Andersom "Prijs incl BTW" / 1,19 (of 1,06 bij het lage tarief)= "Prijs excl. BTW)
"Het BTW bedrag" = "Prijs incl BTW" - "Prijs excl BTW"
Flakrim, 2010-06-15
( +1 )

Het is goed uitgelgd dank u wel
Oke, 2010-09-15
( -1 )

Duidelijk
Sjefkeees, 2010-10-06
( +1 )

Arina, 2012-03-12
( +1 )

i don't get it!~~!!!!!
Arina, 2012-03-12
( +1 )

i don't get it!~~!!!!!
Arina, 2012-03-12
( -2 )

i don't get it!~~!!!!!
Arina, 2012-03-12
( -2 )

i don't get it!~~!!!!!
Arina, 2012-03-12
( -1 )

i don't get it!~~!!!!!
Arina, 2012-03-12
( +3 )

i don't get it!~~!!!!!
Arina, 2012-03-12
( -1 )

i don't get it!~~!!!!!
Boeitjoudaa, 2012-05-11
( +1 )

Ik snap er geen ene zak van =S
Emree, 2012-05-11
( +1 )

Mijn hele hoofd is door de war ??
Nezza, 2012-09-24
( +1 )

Llllllllllkkkk dan
Supergirl, 2012-12-13
( -1 )

Ik snap het! kan iemand mij een voorbeeld som geven ?
Yugooooooooooo, 2013-01-16
( +1 )

Harry meulenman, 2013-02-14
( +1 )

EEEY IK NEUK JULLIE SWA!
Idontknow, 2013-04-11
( 0 )

snapp er nikssvan
Plaats een reactie
Naam:
E-mailadres:

Reactie:

Auto en vervoer Computers en internet Dier en natuur Electronica Eten en drinken Financieel Hobby en vrije tijd Huis, tuin en wonen Kunst en cultuur Mens en gezondheid Mijn mening over... Muziek, Tv en films Samenleving en ontwikkeling School en studie Sport Vakantie en vermaak Wetenschap Zakelijk




      Home   -   Aanmelden   -   Top artikelen   -   Nieuwe artikelen   -   Sitemap   -   Help   -   Links   -   Privacy policy   -   Contact
Copyright © 2014 - Infoyo.nl