X

Sinterklaasgedichten maak je simpel, snel en origineel!

  • Ontvang 5 originele gedichten
  • Volledig gepersonaliseerd
  • In 2 minuten klaar!
Ga naar sinterklaasgedichten.net
Infoyo
Vragen en antwoorden
Zoek artikelen:

Enquete iPhone 4

Ontvang het laatste nieuws over "School en studie" en maak kans op 1000 euro cash.
Laat nu je e-mailadres achter. Speel gratis mee.


CE-VWO Geschiedenis: Ten Oorlog! H.1

Venster sluiten

Maak een melding van dit artikel
Selecteer de motivatie van je melding:
Spam / reclame Misleidende of onduidelijke inhoud
Lage inhoudelijke kwaliteit Niet Nederlands
Erotische inhoud Artikel bestaat reeds op internet
Gokken / Illegale promotie Andere reden...

Omschrijf de motivatie van je melding:
Venster sluiten

Stuur dit artikel door
Je naam:
Je e-mailadres:
E-mailadres ontvanger:
Artikelscore
+10
  Goed artikel ( +10 )
  Slecht artikel ( 0 )
RSS van Beverly Beverly Auteur op infoyo sinds
09 Oktober 2008


Bekijk het profiel van Beverly
Datum: 10-10-2008
Auteur: Beverly
Dit is een samenvatting voor het VWO Eindexamen 2009, vak Geschiedenis met als onderwerp: Ten Oorlog! Over de oorlogen als maatschappelijk fenomeen, vanaf 1815-1919. Ofwel vanaf de Napoleontische Oorlogen tot en met de Eerste Wereldoorlog.Hieronder de samenvatting van Hoofdstuk 1: Napoleontische Oorlogen

Inleiding

Inleiding Tot de Franse Revolutie bestonden legers uit adellijke officieren, beroepssoldaten en huurlingen die door kadaverdiscipline in bedwang werden gehouden en streden voor monarchale belangen. Het revolutionaire leger had officieren van burgerlijke afkomst en vrijwilligers, die streden voor revolutie en vaderland. Leger en volk gingen samenvallen. Een nieuw tijdperk was begonnen: het tijdperk van massale nationale legers, die werden gedreven door nationaal elan en de wil om ten koste van alles te overwinnen.
Deelvraag: Wat betekenden de Napoleontische oorlogen voor Europa?

Paragraaf 1

Franse Revolutie: In de 18e eeuw was Frankrijk het machtigst van Europa. Nadat in juni 1789 de Bastille was bestormd, trok de Nationale Vergadering de macht naar zich toe en schafte de voorrechten van adel en geestelijkheid af en maakte iedereen gelijk en vrij voor de wet. Dit leidde echter tot veel spanningen en emigrťs (gevluchte franse edelen) probeerden een contrarevolutie te veroorzaken. Hierdoor liepen in Frankrijk weer spanningen op. De Nationale Vergadering maakte Frankrijk tot constitutionele monarchie.
Oorlog: Oostenrijk en Pruisen wilden de oude orde herstellen, waarop Frankrijk op 20 april 1792 Oostenrijk en daarmee ook Pruisen, de oorlog verklaarde. Na veel nederlagen behaalde het revolutionaire leger bij Valmy een overwinning waarop ze de revolutie wilden gaan exporteren. In november 1792 werd BelgiŽ bevrijd, onaanvaardbaar voor Engeland en Nederland. Het laatste aanzetje naar een Europese oorlog was de onthoofding van Lodewijk XVI op 21 januari 1793. Op een jaar na was Frankrijk 20 jaar in oorlog tegen Engeland, die in wisselende coalities vocht. In totaal waren er in 1792-1815 zeven coalitieoorlogen. Tijdens de eerste coalitieoorlog werd Frankrijk uitgebreid: Nederland, Zwitserland en ItaliŽ werden zusterrepublieken en BelgiŽ en Duitse West-Rijnse vorstendommen werden ingelijfd. Rusland bleef buiten de eerste coalitieoorlog en Pruisen trok zich in 1795 terug. Hierdoor bleef Oostenrijk bleef, omdat Engeland vooral op zee vocht. Daarom sloot Oostenrijk in december 1797 vrede en stond BelgiŽ en zijn Italiaanse gebieden af.
Generaal Napoleon: Napoleon Bonaparte (1769 Corsica) was in 1796 generaal in ItaliŽ, die snel werd bevrijd. Na de Oostenrijkse vrede bezette hij Egypte en ging na SyriŽ daarnaar terug. Ondertussen was er een nieuwe oorlog met Rusland. Vanwege de door Britten geblokkeerde Middellandse Zee, ging hij alleen naar Frankrijk en pleegde een staatsgreep. Parlementsleden die zich hiertegen verzette werden weggejaagd en de staatgreep werd goedgekeurd.

Paragraaf 2

Napoleon: Napoleon bracht rust en orde, tien jaar na de Franse Revolutie door het neerslaan van opstanden, veiligheid, terugkering van emigrťs en verzoening met de kerk. In 1804 werd hij keizer, na een door volksstemming goedgekeurde staatsgreep. Vervolgens trok Rusland zich terug en sloot hij vrede met Oostenrijk en Engeland. Maar hij wilde een groot Europees Rijk, met gemeenschappelijke munt, rechtsgelijkheid en Parijs als hoofdstad.
Verloop: In 1803 stuurde hij een invasiemacht tegen Engeland naar het kanaal, maar bij Trafalgar werd hij vernietigd. Daarna had hij wťl een zege op het Russisch Oostenrijks leger bij Austerlitz. Hierop verklaarde Pruisen hem de oorlog, maar zij verloren na 19 dagen. In 1810 bezat hij heel het continent, d.m.v. inlijving (Nederland, BelgiŽ, KroatiŽ, ItaliŽ, Duitsland) afhankelijk maken, oprichten van een federatie van vazalstaten (Duitsland, Polen) of familie. Engeland hield stand, ondanks een handelsblokkade. Op 25 juni 1812 viel Napoleon Rusland binnen, die niet meewerkte aan de handelsblokkade. Toen hij na drie maanden bij Moskou was en weer terugging, werd het Grande Armťe vernietigd. Een coalitie van alle grote mogendheden versloeg Napoleon in oktober 1813 bij de Volkerenslag bij Leipzig. Op 31 maart waren ze in Parijs.
Wener Congress: Tijdens het Wener Congress, geleid door de Oostenrijker Von Metternich, werd de Europese kaart vernieuwd, Napoleon verbannen naar Elba, afgesproken om het Europees machtsevenwicht te handhaven, de Duitse Bond opgericht (Pruisen, Oostenrijk en 33 Duitse vorstendommen), Nederland met BelgiŽ samengevoegd, kwam er een personele unie tussen Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden en keerden de Bourbons terug.
Napoleon kwam terug, waarop de koning vluchtte. In BelgiŽ pleegde Napoleon een verrassingsaanval maar werd verslagen door Britse, Nederlandse en Pruisische troepen op 18 juni 1815 bij de Slag bij Waterloo en werd hij verbannen naar Sint Helena.
Restauratie: Er kwamen conservatieve vorsten aan de macht, de oude orde werd hersteld en liberale bewegingen werden onderdrukt. Onder leiding van Von Metternich kwam er een Heilige Alliantie, een verbond om m.b.v het christendom de vrede te handhaven. Maar het drukte het liberalisme en nationale volkeren zonder staat de kop in.

Paragraaf 3

Legers: Leger voor de Franse Revolutie: Het grootste leger van Europa, Frankrijk, had 200.000 soldaten, waarvan 1/3 niet-Frans was. Zij bestond uit beroepssoldaten, huurlingen en adellijke officieren (behalve bij de artillerie).
Revolutionair Leger: De weggevluchte of door politieke commissarissen (controle generaals en troepen) ontslagen adellijke officieren werden vervangen door jonge, agressievere burgers met een grote geldingsdrang. Gemotiveerde beroepssoldaten waren aangevuld met vrijwilligers, totdat Carnot de dienstplicht voor 18-25 jaar invoerde; deze levťe en masse (massalichting) werd een leger met ťťn miljoen man.
Napoleontisch Leger: Het leger van dienstplichtigen had een beroepskern van vrijwilligers en ex-dienstplichtigen. De idealistische (vaderlandstrots, verspreiding vrijheid, verslaan tirannen) soldaten konden opklimmen, werden goed betaald, deelden mee in de glorie en bij overwinningen onderscheiden en beloond. In Rusland bestond het voor 2/3 uit niet-Fransen.
Britse Leger: De soldaten werden geminacht, hard gedisciplineerd en konden niet opklimmen.
Artillerie: De Franse legers waren zeer mobiel door lichte en hoognodige bepakking en door te leven van het land. In een geforceerde dagmars konden ze 55 kilometer afleggen. De nadruk lag op de artillerie, ook later bij de revolutionaire legers. Napoleon vormde zelfstandig opererende mobiele artillerielegers die vernietigend waren door hevige kanonbeschietingen.
Tegenstanders: De algemene dienstplicht werd pas laat ingevoerd, uit angst dat de gewapende massa zich tegen hen zou keren. Oostenrijk kreeg in 1808 een diensplicht en Pruisen in 1814. Pruisen gaf mannelijke burgers een militaire opleiding en zij bleven oproepbaar na de dienstplicht. Maar na Napoleon kwamen er weer huursoldaten die intern werden gebruikt.
Slachtoofers: Nieuw was het hoge aantal slachtoffers door de korte, hevige veldslagen en als gevolg van de minimale medische zorg. In Spanje zorgden de guerrillastrijders en Engelse troepenmacht in 1808-1813 voor 300.000 doden. In Rusland stierven er minstens 330.000, ook door uitputting en kou.

Paragraaf 4

Propaganda: Propaganda werd nu op veel grotere schaal uitgeoefend: pamfletten, kwanten, blaadjes, cartoons, posters, schilderijen, beeldhouwwerken en muziek.
De revolutionaire propaganda richtte zich op de volksklasse: voorbeelden zijn de Marseillaise van 1792 en de krant van Jacques Hťbert die Marie Antoinette zwart maakte. Napoleon stuurde in 1796 overdreven succesverhalen toen hij generaal was. Ook kocht hij twee kranten op om zijn overwinningen te verspreiden en nam hij Jacques Louis David in dienst als hofschilder. In bezette gebieden werd verkondigt dat ze de vrijheid brachten en de onderdrukking stopten. In Engeland gingen de antinapoleontische en Ėfranse cartoons, posters en versjes over dat de kleine Napoleon een godslasteraar, plunderaar en moordenaar van bescheiden afkomst was. De conservatieve monarchieŽn durfden niet echt op de burgerlijke emoties in te spelen uit angst dat die zich tegen hen keerden.
Gemengde gevoelens: In het bezet gebied waren burgers verheugd omdat de feodale voorrechten en verplichtingen werden afgeschaft en om hervormingen als moderne wetboeken met gelijke rechten en plichten voor iedereen. Anderen zagen de Fransen als goddeloze vijanden van de kerk en het christelijk geloof (in Spanje: ďagenten van de duivelĒ).
Negatieve kant van de oorlog: Mensen hadden steeds meer last van de bezetting en de oorlogen en verzetten zich actief en passief. De algemene dienstplicht gold voor miljoenen mannen en de overgeblevene moesten extra hard werken en het leger bevoorraden. Door de lange duur, de grootschaligheid en de tactieken ontstond er economische schade en verarming. In de oorlogvoerende en ingelijfde landen steeg de belasting, werd de diensplicht ingevoerd en moest men geldbedragen afstaan.
Plunderen: Soldaten moesten leven van het land wat zich uitte in uitbuiting en roof. Speciale eenheden haalden uit de omgeving de benodigdheden en de meereizende marketentsters hadden hun eigen dieven en plunderaars.
Continentaal Stelsel: Napoleonís handelsblokkade (1806) tegen Engeland, het Continentaal Stelsel, ruÔneerde en ontwrichte de economie. Engeland handelde door smokkel en richtte zich op Amerika en zijn, met Nederlandse en Franse koloniŽn uitgebreide koloniŽn in Afrika en AziŽ. De Nederlandse overzeese handel en zeevisserij vielen stil en er kwam een trek naar het platteland.

Reacties op dit artikel
Hester de v, 2009-03-26
( 0 )

Facking Chill
Plaats een reactie
Naam:
E-mailadres:

Reactie:

Auto en vervoer Computers en internet Dier en natuur Electronica Eten en drinken Financieel Hobby en vrije tijd Huis, tuin en wonen Kunst en cultuur Mens en gezondheid Mijn mening over... Muziek, Tv en films Samenleving en ontwikkeling School en studie Sport Vakantie en vermaak Wetenschap Zakelijk




      Home   -   Aanmelden   -   Top artikelen   -   Nieuwe artikelen   -   Sitemap   -   Help   -   Links   -   Privacy policy   -   Contact
Copyright © 2014 - Infoyo.nl